Solo viool - Bach Partita nr. 2
Er is een Japanse kunst die gebroken dingen heelt met goud. Niet om de breuk te verbergen, maar om haar te verheffen. De breuk wordt het mooiste deel.
De avond opent met de Chaconne - het vijfde en laatste deel van de Partita, op zichzelf staand en van een geheel andere orde. Ze legt meteen de open wond bloot. De pijn, het verdriet, het onkeerbare. Bach schreef haar op het moment dat hij hoorde van het overlijden van zijn vrouw - in D mineur, bij uitstek de toonsoort van verdriet. Alsof hij het al wist.
Daarna, terwijl handen gebroken dingen helen met goud, klinken de vier dansen als echo. Het leven dat eraan voorafging, bloeiend, rijk, aanwezig, gehoord met nieuwe oren. Dit is de stille kern van de reis. De plek waar wat gebroken was, begint te glanzen.